De verwijzing in paragraaf 2 van de in het geding zijnde bepaling naar artikel 21quinquies, § 1, a) en b), van het koninklijk besluit nr. 78, lijkt in dat verband de bevestiging in te houden dat de Koning zich bij de uitvoering van de Hem verleende opdracht, dient te beperken tot het bepalen van activiteiten die, zoals ook de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar advies stelde (Parl. St., Kamer, 2000-2001, DOC 50-1322/010, p. 6), uitsluitend de uitoefening van medische activiteiten op het oog hebben.
La référence, au paragraphe 2 de la disposition en cause, à l'article 21quinquies, § 1, a) et b), de l'arrêté royal n° 78 semble confirmer à cet égard que le Roi, dans l'exercice de la mission qui Lui a été confiée, doit Se borner à désigner des activités qui, comme l'a également considéré la section de législation du Conseil d'Etat dans son avis (Doc. parl., Chambre, 2000-2001, DOC 50-1322/010, p. 6), visent exclusivement l'exercice d'activités médicales.