30. verwelkomt de steun voor de tenuitvoerlegging van de normen en conventies voor behoorlijk werk van de Internationale Arbeidsorganisatie en benadrukt dat deze normen een integrale rol moeten spelen bij economische samenwerking, investeringen en handelsbetrekkingen; merkt op dat kinderarbeid nog steeds een reden voor ernstige bezorgdheid is, vooral in Tadzjikistan en Oezbekistan, en benadrukt de noodzaak van steun voor de tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind;
30. se félicite du soutien apporté à la mise en œuvre des normes et des conventions de l'Organisation internationale du travail pour promouvoir un travail décent, et souligne que ces normes doivent jouer un rôle à part entière dans la coopération économique, les investissements et les relations commerciales; constate que le travail des enfants continue de susciter de vives préoccupations, en particulier au Tadjikistan et en Ouzbékistan, et souligne la nécessité de soutenir la mise en œuvre de la convention des Nations unies relative aux droits de l'enfant;