3° aan de hand van een uittreksel uit het strafblad bedoeld in de artikelen 595 en 596 van het Wetboek van Strafvordering, of de kandidaat voorheen geen strafrechtelijke veroordelingen heeft opgelopen die onverenigbaar zijn met de uitoefening van het mandaat van overheidsbestuurder, of bij gebrek hieraan middels een verklaring op erewoord dat hij een dergelijke veroordeling niet heeft opgelopen;
3° par la production d'un extrait de casier judiciaire visé aux articles 595 et 596 du Code d'instruction criminelle, que le candidat n'a encouru aucune condamnation pénale incompatible avec l'exercice du mandat d'administrateur public, ou à défaut, une déclaration sur l'honneur qu'il n'a pas encouru une telle condamnation;