Uit het samen lezen van artikel 10, § 1, 5° en § 2 (nieuw), tweede streepje, van het koninklijk besluit nr. 3 volgt dat de BTW-eenheid een herziening kan verrichten, in haar voordeel, van de belasting die werd geheven van de roerende en onroerende bedrijfsmiddelen toebehorend aan de belastingplichtige die lid wordt van die eenheid, rekening houdend uiteraard, met het gebruik dat zal worden gemaakt van die bedrijfsmiddelen in hoofde van de BTW-eenheid en de aftrekregeling van toepassing op die eenheid.
Il ressort de la lecture conjointe des § 1er, 5°, et § 2 (nouveau), deuxième tiret, de l'article 10 de l'arrêté royal n° 3, que l'unité TVA peut opérer la révision, en sa faveur, des taxes ayant grevé les biens d'investissement meubles ou immeubles appartenant à l'assujetti qui devient membre de cette unité, en tenant compte, bien entendu, de l'utilisation qui sera faite de ces biens d'investissement au sein de l'unité TVA et du régime de déduction applicable à cette unité.