Bij het bepalen van de tarieven van de eenmalige bijdrage is, volgens de parlementaire voorbereiding, een evenwicht gezocht « tussen het opleggen van een belasting die enerzijds substantieel is en anderzijds niet prohibitief is » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-0353/001, p. 11).
Pour la fixation des taux de la contribution unique, on a recherché un équilibre, selon les travaux préparatoires, « en instaurant un impôt qui soit à la fois substantiel et non prohibitif » (Doc. parl., Chambre, 2003-2004, DOC 51-0353/001, p. 11).