Art. 10. Als de erkenning door de minister werd geweigerd, of krachtens artikel 9, § 2, geacht wordt te zijn geweigerd, om een andere reden dan het niet voldoen aan de programmatie, kan de voorziening of vereniging op straffe van niet-ontvankelijkheid geen nieuwe gelijksoortige aanvraag indienen, tenzij ze in haar nieuwe aanvraag aantoont dat de reden voor de weigering wat haar betreft niet langer bestaat.
Art. 10. Si l'agrément est refusé par le Ministre ou censé refusé en vertu de l'article 9, § 2, pour une raison autre que la non-observation de la programmation, la structure ou l'association ne peut pas présenter une demande similaire sous peine d'irrecevabilité, à moins qu'elle ne démontre dans sa nouvelle demande que le motif du refus n'existe plus pour sa part.