De beoordeling van de werkelijkheid van de verblijfstoestand (tijdelijke afwezigheid of overbrenging van de hoofdverblijfplaats) door het college van burgemeester en schepenen dient te geschieden geval per geval, waarbij men zich dient te baseren op de criteria voor de bepaling van de hoofdverblijfplaats vastgesteld in artikel 16, 1, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992.
L'appréciation par le collège des bourgmestre et échevins de la réalité de la situation de résidence (absence temporaire ou transfert de la résidence principale) doit se faire cas par cas en se basant sur les critères de détermination de la résidence principale cités à l'article 16, 1er, de l'arrêté royal du 16 juillet 1992.