HOOFDSTUK III. - Toegelaten Kosten Art. 11. In zover dat de verplaatsing naar het buitenland gebeurt met het goedkoopste vervoermiddel voor de Schatkist, kunnen de volgende vervoermiddelen gebruikt worden : 1° voor de trajecten van minder dan 400 km, de trein (1e klasse); 2° voor de trajecten verder dan 400 km : a) het vliegtuig in economy-class voor de vluchten met een duur van minder dan vijf uur; b) het vliegtuig in business-class voor de vluchten met een duur langer dan vijf uur of een kortere duur, maar met een tijdsverschil van minimum drie uur.
CHAPITRE III. - Frais admissibles Art. 11. Pour autant que le déplacement à l'étranger se fasse à l'aide du moyen de transport le moins onéreux pour le Trésor, les moyens de transport suivants peuvent être utilisés : 1° pour les trajets inférieurs à 400 km, le train (1ère classe); 2° pour les trajets supérieurs à 400 km : a) l'avion en classe Economique pour les vols d'une durée inférieure à cinq heures; b) l'avion en classe Affaires pour les vols d'une durée supérieure à cinq heures ou d'une durée inférieure mais comportant un décalage horaire de trois heures minimum.