Aan het Hof wordt een vraag gesteld in verband met het verschil in behandeling dat door het voormelde artikel 15, § 1, b), 3°, in het leven wordt geroepen tussen de personen aan wie het recht om een pensioen te genieten krachtens de wet van 15 maart 1954 is toegekend en diegenen aan wie dat recht niet is toegekend, in zoverre eerstgenoemden niet de bij het voormelde artikel 15 ingevoerde rente kunnen genieten, terwijl laatstgenoemden die wel kunnen genieten.
La Cour est interrogée au sujet de la différence de traitement créée par l'article 15, § 1, b), 3°, précité, entre les personnes à qui le droit de bénéficier d'une pension en vertu de la loi du 15 mars 1954 a été reconnu et celles à qui ce droit n'a pas été reconnu, en ce que les premières ne peuvent obtenir la rente créée par l'article 15 précité, alors que les secondes en bénéficient.