Het Hof is bevoegd om na te gaan of wetsbepalingen in strijd zijn met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, maar inzake de rangschikking van de inschrijvingen in de onderwijsinstellingen beschikt het niet over een beoordelingsbevoegdheid die gelijkwaardig is aan die van de decreetgever en die het Hof zou toelaten de keuzes, zelfs indien die niet opportuun zijn, af te keuren die de decreetgever heeft gemaakt bij de uitoefening van zijn beoordelingsbevoegdheid (zie arrest nr. 121/2009).
La Cour est compétente pour vérifier si des dispositions législatives violent le principe d'égalité et de non-discrimination, mais concernant l'ordre des inscriptions dans les établissements scolaires, elle ne dispose pas d'un pouvoir d'appréciation équivalent à celui du législateur décrétal, qui lui permettrait de censurer les choix que ce dernier a faits dans l'exercice de son pouvoir d'appréciation, fussent-ils inopportuns (cf. arrêt n° 121/2009).