29. merkt op dat het werk van de EU op het gebied van opleiding en mensenrechten dient te worden aangevuld met acties en programma's die op jongeren gericht zijn, aangezien zij de meest kwetsbare groep in deze samenlevingen zijn; dringt in dit verband aan op meer EU-steun voor jeugdinitiatieven in de regio, met name als deze de toenemende radicalisering kunnen beperken en de verdraagzaamheid onder jongeren in deze landen kunnen bevorderen;
29. note que le travail de l'Union sur l'éducation et les droits de l'homme doit s'accompagner d'actions et de programmes centrés sur la jeunesse en tant que groupe le plus vulnérable de ces sociétés; appelle, à cet égard, à renforcer le soutien de l'Union aux initiatives des jeunes de la région et plus particulièrement aux actions pertinentes aptes à freiner la radicalisation et à promouvoir la tolérance parmi les jeunes de ces pays;