Mevrouw Nyssens dient een subsidiair amendement in op amendement nr. 5 (stuk Senaat, nr. 3-1402/3), dat een onderscheid maakt in verband met de verjaringstermijn tussen de vorderingen tot betwisting van erkenning en de vorderingen tot betwisting van het vermoeden van vaderschap, die door het kind worden ingesteld.
Mme Nyssens dépose à l'amendement nº 5 un amendement subsidiaire (do c. Sénat, nº 3-1402/3), qui opère une distinction, en ce qui concerne le délai de prescription, entre les actions en contestation de reconnaissance et les actions en contestation de présomption de paternité introduites par l'enfant.