26. benadrukt dat afzonderlijke lidstaten grensoverschrijdende belastingfraude niet kunnen bestrijden; is van mening dat uitwisseling van informa
tie en samenwerking tussen de lidstaten en met de Commissie ontoereikend zijn geweest om belastingfraude op efficiënte wijze, zowel snel als adequaat, te bestrijden; is van mening dat direct contact tussen lokale of nationale anti-fraude-eenheden niet in voldoende mate is ontwikkeld n
och geïmplementeerd hetgeen leidt tot inefficiëntie, te gering gebruik van de regelingen voor administratiev
...[+++]e samenwerking en vertraagde communicatie;
26. souligne que les États membres ne peuvent pas combattre la fraude fiscale transfrontalière isolément; estime que les échanges d'informations et la coopération entre les États membres et avec la Commission ont été insuffisants, du point de vue de leur teneur ou de leur rapidité, pour combattre efficacement la fraude fiscale; est d'avis que les contacts directs entre les offices locaux ou nationaux de lutte antifraude sont insuffisamment développés, ce qui entraîne une inefficacité, la sous-utilisation des accords de coopération administrative et des retards de communication;