In een tweede onderdeel vraagt de verwijzende rechter of de in het geding zijnde bepaling, in zoverre ze de overgangsregeling zoals vervat in het tweede lid van het in B.3.1 aangehaalde artikel 33, § 1, van het meststoffendecreet opheft, bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, doordat elke effectieve rechtsbescherming door de Raad van State tegen onwettige overheidshandelingen onmogelijk wordt gemaakt.
Dans une deuxième branche, le juge a quo demande si la disposition en cause, en ce qu'elle abroge le régime transitoire inscrit à l'article 33, § 1, alinéa 2, du décret relatif aux engrais, cité en B.3.1, est compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que toute protection juridique effective par le Conseil d'Etat contre les actes illicites de l'autorité est rendue impossible.