3. De vraag gesteld onder punt 3 heeft klaarblijkelijk betrekking op de in de artikelen 116, eerste lid, 1456, tweede lid en 14519, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalde begrenzingen van het aanvangsbedrag van de hypothecaire lening voor de toepassing van, respectievelijk, de bijkomende interestaftrek en de verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen.
3. La question posée au point 3 porte manifestement sur les limites du montant initial de l'emprunt hypothécaire qui sont applicables en matière de déduction complémentaire d'intérêts et de réductions pour épargne à long terme et pour épargne-logement, et qui sont prévues aux articles 116, 1er alinéa, 1456, alinéa 2, et 14519, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992.