Zo heeft het Hof van Justitie in punt 61 van zijn arrest in zaak C-109/99 (Basco-Béarnaise) voor recht gesproken dat 'de omstandigheid dat met de activiteiten van de unie van " mutuelles" die in het hoofdgeding aan de orde is, geen winstoogmerk zou worden nagestreefd, niet kan volstaan om aan de activiteiten van die unie hun commerciële karakter, in de zin van artikel 8, lid 1, sub b, van Richtlijn 73/239, te ontnemen'.
Comme l'a précisé la Cour de justice au point 61 de son arrêt dans l'affaire C-109/99 (Basco-Béarnaise), 'la circonstance que les activités de l'union de mutuelles en cause au principal seraient dépourvues de but lucratif ne saurait suffire à enlever aux activités de cette dernière leur caractère commercial au sens de l'article 8, paragraphe 1, sous b), de la directive 73/239'.