7. stelt met spijt vast dat het vijfde verslag over het Unieburgerschap geen concrete voorstellen bevat over hoe burgers hun rechten kunnen uitoefenen en hoe de lidstaten hun plicht kunnen vervullen om deze rechten in de praktijk te waarborgen; vraagt dat het zesde verslag in dat opzicht proactiever zal zijn;
7. regrette que le cinquième rapport sur la citoyenneté de l'Union ne contienne pas de propositions concrètes concernant l'exercice par les citoyens de leurs droits et le devoir des États membres de protéger ces droits dans la pratique; demande que le sixième rapport soit plus proactif à cet égard;