Ofschoon de rapporteur benadrukt dat het bevorderen van de mededinging en de verwezenlijking van een interne markt voor energie in geen geval afbreuk mogen doen aan de plicht om voor universele dienstverlening te zorgen, stelt hij voor de financiële bijstand voor prioritaire projecten, zelfs in probleemgebieden, slechts in uitzonderlijke gevallen tot hoogstens 20 procent op te trekken.
Bien que le rapporteur soutienne que l’objectif de la concurrence et la réalisation du marché intérieur de l’énergie doit se concrétiser en tenant compte des obligations du service universel, les options qu’il prend quant au soutien du financement de projets prioritaires, même pour des zones difficiles, ne peut aller au-delà de 20 % et seulement dans des cas exceptionnels.