Iran heeft van zijn kant leiders nodig die beseffen dat het Westen, en met name de Europese Unie, een voorwaarde stelt aan de openstelling tot en samenwerking met de ontwikkelingslanden, namelijk de eerbiediging van de mensenrechten. Zij moeten beseffen dat het hierbij niet gaat om door Europa opgelegde waarden, maar om universele waarden, en dat ook de rechten van de vrouw daarvan deel uitmaken.
Du côté de l’Iran, il faut que les dirigeants se rendent compte que l’Occident, et plus particulièrement l’Union, ne s’ouvrira et ne travaillera avec les pays en développement que si ces derniers respectent les droits de l’homme ; ce ne sont pas des valeurs que l’Europe veut imposer, ce sont des valeurs œcuméniques qui incluent les droits de la femme, lesquels sont particulièrement malmenés.