De aanvrager moet tijdens de aanhoudingsperiode iedere vermindering zonder vervanging van het aangegeven aantal zoogkoeien en vaarzen of iedere overschrijding van het bij verordening (EG) nr. 1254/1999, artikel 6, § 2 bedoelde maximale aandeel van 20 % vaarzen, als gevolg van het natuurlijke verloop van de veestapel in de zin van artikel 10 § 5 van verordening (EEG) nr 3887/92 of als gevolg van overmacht, schriftelijk en binnen de 10 werkdagen volgend op de gebeurtenis melden aan het Provinciaal Bureau van het Bestuur.
Le demandeur doit, durant la période de rétention, communiquer par écrit, et dans les dix jours ouvrables qui suivent l'événement, au Bureau Provincial de l'Administration, toute diminution sans remplacement du nombre déclaré de vaches allaitantes et génisses ou chaque dépassement de la proportion maximale de 20 % de génisses comme prévue par l'article 6, § 2 du règlement (CE) 1254/1999, imputables à des circonstances naturelles de la vie du troupeau au sens de l'article 10, § 5 du règlement (CEE) 3887/92 ou à un cas de force majeure.