De rusturen kunnen niet worden opgesplitst in meer dan twee periodes, waarvan één de duur heeft van minstens zes uren, en de tijd tussen twee opeenvolgende rustperiodes mag niet meer dan veertien uren bedragen (paragraaf 6).
Les heures de repos ne peuvent être scindées en plus de deux périodes, dont l'une d'une durée d'au moins six heures; l'intervalle entre deux périodes consécutives de repos ne doit pas dépasser quatorze heures (paragraphe 6).