In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten kan een agent van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zo, in afwijking van artikel 231 van het Strafwetboek, omwille van veiligheidsredenen verbonden aan de bescherming van zijn persoon en voor de behoeften eigen aan de uitoefening van de opdracht, een naam gebruiken die hem niet toebehoort, volgens de door de Koning te bepalen nadere regels : art. 13/1, § 1, van de wet van 30 november 1998;
Ainsi, dans le cadre de l'exécution de ses missions, par dérogation à l'article 231 du Code pénal, un agent des services de renseignement et de sécurité peut, pour des raisons de sécurité liées à la protection de sa personne et pour les besoins inhérents à l'exercice d'une mission, utiliser un nom qui ne lui appartient pas, selon les modalités à fixer art. 13/1, § 1, de la loi du 30 novembre 1998;