Als een vennootschap met toepassing van paragraaf 2, 2°, tweede lid, als een familiale vennootschap wordt beschouwd, wordt de toepassing van de vrijstelling beperkt tot de waarden van de aandelen van de vennootschap in de dochtervennootschapen die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel hebben en die hun zetel van werkelijke leiding in één van de Staten van de Europese Economische Ruimte hebben.
Au cas où une société est considérée, conformément au paragraphe 2, 2°, alinéa 2, comme une société familiale, l'exonération est limitée aux valeurs des actions de la société dans les filiales ayant pour but l'exercice d'une activité industrielle, commerciale, artisanale ou agricole ou d'une profession libérale et ayant leur siège de direction effective dans l'un des Etats membres de l'Espace économique européen.