« Overwegende, evenwel, dat artikel 505, derde lid, van het Strafwetboek de rechter weliswaar verplicht het voorwerp van het misdrijf « witwassen » verbeurd te verklaren, maar hem niet verplicht dat voorwerp verbeurd te verklaren ten laste van elke persoon die het opeenvolgend in zijn bezit heeft gehad, bewaard of beheerd » (43) .
« s'il impose au juge la confiscation de l'objet du délit de blanchiment, l'article 505, alinéa 3, ne lui prescrit pas de confisquer cet objet à charge de chacune des personnes qui l'auront successivement possédé, gardé ou géré » (43) .