Zij is van mening dat het niet redelijk is het werken op algemene wijze te verbieden aan personen die een onbeperkt en onvoorwaardelijk recht hebben op het Belgisch grondgebied te verblijven - dat wil concreet zeggen aan vreemdelingen die de vestiging hebben verkregen, en aan diegenen die werden toegelaten of gemachtigd tot het verblijf voor een onbepaalde duur zonder dat dat verblijf aan voorwaarden zou zijn verbonden.
Elle considère qu'il n'est pas raisonnable d'interdire de travailler, de manière générale, à des personnes qui ont un droit illimité et inconditionnel de séjourner sur le territoire belge - c'est-à-dire concrètement aux étrangers qui ont obtenu l'établissement, et à ceux qui ont été admis ou autorisés au séjour pour une durée indéterminée sans que ce séjour soit conditionné.