Zo voorzag een amendement nr. 37 erin dat het kind zijn vordering ten vroegste kon inleiden als hij de volle leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt en uiterlijk vóór hij de volle leeftijd van tweeëntwintig jaar heeft bereikt (Parl. St., Senaat, 2005-2006, nr. 3-1402/4, p. 9).
Ainsi, un amendement n° 37 prévoyait que l'enfant puisse intenter son action au plus tôt le jour où il a atteint l'âge de quinze ans accomplis et au plus tard avant d'avoir atteint l'âge de vingt-deux ans (Doc. parl., Sénat, 2005-2006, n° 3-1402/4, p. 9).