Vergelijkbaar hiermee is het feit dat hoewel artikel 30 voorziet in het recht op een persoonlijk onderhoud, artikel 31, lid 2, de verzoeker eveneens een effectieve kans moet bieden om het vermoeden van veiligheid, zoals dit is gewaarborgd in artikel 32, lid 2, letter c), over de toepassing van het begrip veilig derde land, in zijn specifieke situatie te weerleggen.
De même, si l'article 30 garantit le droit à un entretien personnel, l'article 31(2) doit également fournir une possibilité effective pour le demandeur de réfuter, dans sa situation particulière, la présomption de sûreté, telle qu'elle est garantie dans l'article 32(2)(c) sur l'application de la notion de pays tiers sûr.