1. Waarom worden interventies in de vorm van hulpverlening in situaties zonder levensgevaar beschouwd als occasionele activiteiten en hebben ze derhalve de derving van de werkloosheidsuitkering voor de dagen waarop dergelijke prestaties werden geleverd, tot gevolg (het aantal werkuren en het bedrag van de toegekende vergoeding hebben hier weinig belang)? Interventies in situaties waarin wel mensen in levensgevaar verkeren, worden daarentegen niet als werk aangemerkt en doen dus geen afbreuk aan het recht op een werkloosheidsuitkering, aangezien de uitgekeerde vergoeding niet als een bezoldiging wordt beschouwd.
1. Pourquoi les interventions consistant en secours où il n'y a pas de danger de mort sont-elles considérées comme activités occasionnelles et entraînent-elles la perte des allocations de chômage pour les jours au cours desquels de telles prestations ont été effectuées, le nombre d'heures de travail et le montant de l'indemnité accordée important peu, alors que les interventions consistant en secours où il y a danger de mort ne sont pas considérées comme du travail et admettent le droit aux allocations de chômage, l'indemnité allouée n'étant pas considérée comme une rémunération?