dat derhalve voor de periode vanaf 1 januari 20
18 tarieven voor de vergoeding voor reprografie moeten worden
voorzien, bij gebreke waarvan een juridisch vacuüm ontstaat aangezien wel een recht op vergoeding wordt voorzien in de artikelen XI. 235 en XI. 318/1 van het Wetboek van economisch recht, maar geen concrete tarieven; dat daarom tarieven voor de vergoeding voor reprografie moeten worden vastgesteld voor de periode vanaf 1 januari 2018; dat bij gebreke aan de vaststelling van de bedragen voor de vergoeding voor reprografie, geen billijke vergoeding voorzien zal zijn
...[+++]voor de auteurs om de schade te vergoeden die zij lijden ingevolge de uitzondering voor reprografie en dat België niet zal voldoen aan haar Europese verplichtingen die voortvloeien uit artikel 5.2 a) van voormelde richtlijn 2001/29; qu'à défaut de fixer les montants de la rému
nération pour reprographie pour la période commençant le 1er janvier 2018, un vide juridique se créera au motif qu'un droit à rémunération est prévu par les articles XI. 235 et XI. 318/1 du Code de droit économique, mais pas les montants de celle-ci ; qu'il convient dès lors de fixer les montants de la rému
nération pour reprographie pour la période commençant le 1er janvier 2018 ; qu'à défaut de fixer les montants de la rémunération pour reprographie, une compensation équitable ne sera p
...[+++]as prévue pour les auteurs visant à compenser le préjudice qu'ils subissent en raison de l'exception pour reprographie et que la Belgique ne respectera pas ses obligations européennes découlant de l'article 5.2 a) de la directive 2001/29 précitée ;