§ 3. Elke radiofrequentie die achttien maanden na de datum bedoeld in artikel 57, § 1, 10°, niet in dienst wordt gesteld, wordt ingetrokken door het College voor vergunning en controle, behalve als er aangetoond wordt dat de toegelaten radio op tijd alle maatregelen getroffen heeft voor de inwerkingstelling van de radiofrequentie, maar dat deze nog niet heeft kunnen plaatsvinden omdat de vergunning inzake stedenbouwkunde en milieu niet is verkregen».
§ 3.Toute radiofréquence qui n'est pas mise en service dix-huit mois après la date visée à l'article 57, § 1, 10°, est retirée par le Collège d'autorisation et de contrôle, sauf s'il est démontré que la radio autorisée a pris, en temps utile, toutes les mesures visant à la mise en service de la radiofréquence mais que celle-ci n'a pas encore pu intervenir pour des motifs d'obtention de permis en matière d'urbanisme et d'environnement ».