Derden te goeder trouw kunnen zich enkel beroepen op art. 2279 van het Burgerlijk Wetboek en de verkrijgende verjaring in art. 2265 van het Burgerlijk Wetboek De theorie van de schijnerfgenaam (20) vindt wel steeds meer en meer ingang in België, maar het verdient toch de aanbeveling de rechten van derden te goeder trouw uitdrukkelijk te regelen.
Des tiers de bonne foi ne peuvent donc invoquer que l'article 2279 du Code civil et la prescription acquisitive prévue à l'article 2265 du Code civil. Si la théorie de l'héritier apparent (20) recueille de plus en plus d'adhésion en Belgique, il est toutefois souhaitable de régler explicitement les droits des tiers de bonne foi.