Overwegende dat in artikel 2 , lid 1 , sub a ) , van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van steun voor ondermelk en magere-melkpoeder bestemd voor voederdoeleinden ( 3 ) , gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 749/69 ( 4 ) , onder meer is bepaald dat steun voor in een zuivelfabriek geproduceerde en bewerkte ondermelk alleen dan verleend wordt wanneer deze zich van andere ondermelk volgens nader vast te stellen bepalingen onderscheidt ;
CONSIDERANT QUE LE REGLEMENT ( CEE ) N 986/68 DU CONSEIL , DU 15 JUILLET 1968 , ETABLISSANT LES REGLES GENERALES RELATIVES A L'OCTROI DES AIDES POUR LE LAIT ECREME ET LE LAIT ECREME EN POUDRE DESTINES A L'ALIMENTATION DES ANIMAUX ( 3 ) , MODIFIE PAR LE REGLEMENT ( CEE ) N 749/69 ( 4 ) , PREVOIT A L'ARTICLE 2 PARAGRAPHE 1 SOUS A ) QUE LES AIDES POUR LE LAIT ECREME PRODUIT ET TRAITE EN LAITERIE NE SONT ACCORDEES QUE SI CELUI-CI EST DIFFERENCIE PAR RAPPORT A UN AUTRE LAIT ECREME SELON DES MODALITES A DEFINIR ;