1. Hoe moet de voorwaarde " aan de slag blijven tot de wettelijke pensioenleeftijd" begrepen worden bij: a) werknemers die deeltijds werken tot 65 jaar; b) werknemers die deeltijds werken als gevolg van de opn
ame van (deeltijds) tijdskrediet en het pensioenkapitaal opnemen op 65 jaar; c) werknemers die met
vervroegd pensioen gaan op hun 60ste, maar op hun 64ste terug aan de slag gaan als uitzendkracht tot hun 65ste en het aanvullend pensioen dan pas opnemen; d) werknemers die met vervroegd pensioen gaan op 60 jaar na een loopbaan
...[+++]van 40 jaar en pas het aanvullend pensioenkapitaal opnemen op hun 65ste; e) werknemers die voltijds tijdskrediet opnemen tot aan de wettelijke pensioenleeftijd en het pensioenkapitaal opnemen op 65 jaar; f) werknemers die langere tijd afwezig zijn door een schorsing van de arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld wegens ziekte en dan het aanvullend pensioen ontvangen op 65 jaar?