Art. 19. § 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in de paragrafen 2 tot en met 6 wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de definitieve invoer van kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorend aan bedrijven die hun activiteiten in een derde land of een derdelands gebied van herkomst definitief staken om een soortgelijke activiteit te komen uitoefenen in de Gemeenschap en die overeenkomstig artikel 213, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de activiteit wordt uitgeoefend vooraf opgave hebben gedaan van het begin van deze activiteit.
Art. 19. § 1 . Sont admis définitivement en exonération de la taxe sous réserve des paragraphes 2 à 6 les biens d'investissement et autres biens d'équipement appartenant à des entreprises qui cessent définitivement leur activité dans le pays tiers ou territoire tiers de provenance pour venir exercer une activité similaire dans la Communauté et qui ont déclaré, au préalable, le commencement de cette activité aux autorités compétentes de l'Etat membre d'activité en application de l'article 213, paragraphe 1 , de la Directive 2006/112/CE.