Het Europees Hof zou immers de bevoegdheid hebben om na te gaan of de Belgische Staat met dat louter formele opschrift in werkelijkheid niet de bedoeling zou hebben gehad een echt voorbehoud te verdoezelen dat misschien niet beantwoordt aan de vereisten van artikel 57 van het Verdrag.
La Cour européenne aurait en effet le pouvoir de rechercher si par cet intitulé purement formel, l'État belge n'aurait pas entendu en réalité déguiser une véritable réserve qui pourrait ne pas répondre aux exigences de l'article 57 de la Convention.