In navolging van wat bepaald is voor de voordracht van kandidaten door de Hoge Raad voor de justitie (artikel 151, § 4, tweede lid, van de Grondwet en artikel 259ter, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek), kan de Koning een voordracht van het bevoegde college van de commissie alleen maar weigeren bij een speciaal gemotiveerd besluit en door het college te verzoeken hem een nieuwe voordracht te doen.
À l'instar de ce qui est prévu pour les présentations de candidats faites par le Conseil supérieur de la justice (article 151, § 4, alinéa 2, de la Constitution et article 259ter, § 5, du Code judiciaire), le Roi ne peut refuser une présentation faite par le collège compétent de la commission que moyennant l'adoption d'une décision spécialement motivée sur ce point et en invitant le collège à lui adresser une nouvelle présentation.