Bij het onderzoek van de voorgaande prejudiciële vraag heeft het Hof geconcludeerd dat, wat de herstelvordering betreft, door artikel 6.1.1, derde lid, en artikel 6.1.2 van de VCRO noch een aanzienlijke achteruitgang wordt teweeggebracht in het beschermingsniveau van het leefmilieu, noch een aanzienlijke achteruitgang die niet zou kunnen worden verantwoord door de daaraan ten grondslag liggende motieven van algemeen belang.
Lors de l'examen de la question préjudicielle précédente, la Cour a conclu, en ce qui concerne l'action en réparation, que l'article 6.1.1, alinéa 3, et l'article 6.1.2 du Code flamand de l'aménagement du territoire n'entraînent ni une réduction sensible du niveau de protection de l'environnement ni une réduction sensible qui ne puisse être justifiée par les motifs d'intérêt général qui la fondent.