Vanwege die elementen en het doel dat is nagestreefd door de Koning ertoe te machtigen de modaliteiten vast te stellen van de terugvordering van het O.C. M.W. ten laste van de onderhoudsplichtigen, en waaraan in B.7.2 is herinnerd, heeft de wetgever redelijkerwijze kunnen oordelen dat, in het in het geding zijnde artikel 4, ni
et diende te worden voorzien in beperkingen van de verplichtingen van de onderhoudsplichtigen wanneer het O.C. M.W. te hunnen aanzien optreedt uit naam en ten voordele van de onderhoudsgerechtigden, onder meer ermee rekening houdend dat, overeenkomstig de relevante bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, de draagkrac
...[+++]ht van die onderhoudsplichtigen in aanmerking moet worden genomen.
En raison de ces éléments et de l'objectif poursuivi par la délégation au Roi de la fixation des modalités de l'action en recouvrement du C. P.A.S. à charge des débiteurs alimentaires, rappelé en B.7.2, le législateur a pu raisonnablement estimer qu'il ne convenait pas de prévoir, dans l'article 4 en cause, des limitations aux obligations des débiteurs alimentaires lorsque le C. P.A.S. agit à leur égard au nom et en faveur des créanciers alimentaires, compte tenu, notamment, de ce que sera prise en considération, conformément aux dispositions pertinentes du Code civil, la capacité contributive desdits débiteurs alimentaires.