Met de eerste prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter van het Hof te vernemen of de artikelen 39 van de arbeidsovereenkomstenwet en 101 van de herstelwet in strijd zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat zij een identieke behandeling teweegbrengen van, enerzijds, de werknemers met een overeenkomst voor deeltijdse arbeid en, anderzijds, werknemers die in de tijd verminderde arbeid presteren, niettegenstaande de verschillen in hun situatie die de verwijzende rechter aanhaalt.
Par la première question préjudicielle, le juge a quo demande à la Cour si les articles 39 de la loi relative aux contrats de travail et 101 de la loi de redressement violent les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'ils traitent de manière égale les travailleurs ayant un contrat à temps partiel, d'une part, et les travailleurs effectuant des prestations réduites dans le temps, d'autre part, malgré les différences de situation soulignées par le juge a quo.