De tweede, de derde en de vierde verzoeker verliezen volgens de Waalse Regering uit het oog dat een individueel lid van een wetgevende vergadering zich niet op een functioneel belang kan beroepen met het oog op de vrijwaring van de prerogatieven van de vergadering waarvan hij deel uitmaakt.
Les deuxième, troisième et quatrième parties requérantes perdent de vue, selon le Gouvernement wallon, qu'un membre individuel d'une assemblée législative ne peut invoquer un intérêt fonctionnel en vue de la sauvegarde des prérogatives de l'assemblée dont il fait partie.