Volgens het arrest van 11 januari 2010 van het Hof van Cassatie, Arr. Cass., 2010, nr. 17, « [blijkt] uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 19 januari 2001 [...] dat de wetgever d
oelt op elk ongeval waarbij een aan spoorstaven gebonden motorrijtuig betrokken is en waarvan een zwakke weggebruiker het slachtoffer was, ongeacht
de plaats waar een dergelijk ongeval zich voordoet » en niet enkel op « de ongevallen die zich voordoen op een
plaats waar het aan spoorstaven gebonden voertui
...[+++]g de openbare weg volgt of dwarst ».
Selon l'arrêt du 11 janvier 2010, C.09.0165.F, Pas., 2010, I, p. 59, de la Cour de cassation, « il ressort des travaux préparatoires de la loi du 19 janvier 2001 [...] que le législateur a entendu viser tout accident impliquant un véhicule automoteur lié à une voie ferrée, dont un usager vulnérable serait victime, quel que soit le lieu de la survenance d'un tel accident » et pas seulement les « accidents se produisant à un endroit où le véhicule lié à une voie ferrée emprunte ou traverse la voie publique ».