Waar er nauwe banden bestaan tussen de betalingsinstelling en andere natuurlijke of rechtspersonen, zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 26 van Richtlijn 2000/12/EG, verlenen de bevoegde autoriteiten alleen een vergunning wanneer deze banden de effectieve uitoefening van hun toezichthoudende functies niet in de weg staan.
Lorsque des liens étroits, tels que définis à l'article 1, paragraphe 26, de la directive 2000/12/CE existent entre l'établissement de paiement et d'autres personnes physiques ou morales, les autorités compétentes octroient un agrément seulement si ces liens n'empêchent pas l'exercice efficace de leur mission de surveillance.