WIB 67/25, 2*, afleiden dat wanneer de verkoopwaarde van de gebouwen hoger is dan 30% van de verkoopprijs van het geheel er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de meerwaarde die betrekking heeft op de gebouwen en de meerwaarde die betrekking heeft op de grond ? b) Zo ja : 1° Heeft D wat de berekening van betrokken meerwaarden betreft, betrekking op de meer- waarden op de gebouwen (daar D integraal deel uitmaakt van C) of op de grond?
CIR 67/25, 2*, faut-il déduire, à contra- rio, que, si la valeur vénale des constructions est supérieure à 30% du prix de réalisation de l'ensemble, une distinction doit être faite entre les plus-values se rapportant aux constructions et au fonds? b) Si oui : 1° pour le calcul desdites plus-values, D relève-t-il des plus-values sur constructions (D faisant partie intégrante de C) ou sur fonds?