Het Hof spreekt zich niet uit over de voorwaarde, in artikel XI. 29, § 2, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht, dat de derde « weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is, dat deze middelen voor die toepassing geschikt en bestemd zijn ».
La Cour ne se prononce pas sur la condition prescrite par l'article XI. 29, § 2, alinéa premier, du Code de droit économique, à savoir « lorsque le tiers sait ou lorsque les circonstances rendent évident que ces moyens sont aptes et destinés à cette mise en oeuvre ».