Art. 90. Iedere kredietinstelling die voornemens is op het grondgebied van een andere lidstaat, zonder er een bijkantoor te vestigen, alle of een deel van de in artikel 4 opgesomde werkzaamheden te verrichten die haar in België zijn toegestaan, stelt de toezichthouder hiervan in kennis en geeft op welke werkzaamheden zij wenst uit te oefenen en op welke wijze zij de uitoefening van deze werkzaamheden zal omkaderen.
Art. 90. L'établissement de crédit qui projette d'exercer sur le territoire d'un autre Etat membre, sans y établir de succursale, tout ou partie des activités énumérées à l'article 4 et qui lui sont autorisées en Belgique, notifie son intention à l'autorité de contrôle et précise celles de ces activités qu'il envisage d'exercer et la manière dont il entend encadrer l'exercice de ces activités.