Kan men stellen dat de rechten
van de verdediging werden nageleefd in elke fase van de strafrechtspleging beoordeeld in haar geheel (dus : inclusief de fase van de bewijswaardering), wanneer blijkt dat een bepaalde partij (die in de rechtspleging werd betrokken nadat reeds stukken uit
het dossier werden verwijderd) nooit de kans kreeg verweer te voeren met betrekking tot informatie die in deze stukken eventueel te zijnen gunste vervat was (en die door anderen onder andere het openbaar minist
...[+++]erie wel gekend is) ?