2. Is het genaderecht in beginsel alleen toepasselijk op alle bij het Strafwetboek en de bijzondere wetten gestelde hoofdstraffen en bijkomende straffen, en dus ook op de bijzondere verbeurdverklaringen en de ontzetting uit bepaalde politieke en burgerlijke rechten, tenzij uit de bijzondere wetten blijkt dat die maatregelen niet het karakter van een straf vertonen?
2. Le droit de grâce est-il en principe uniquement applicable à toutes les peines principales et peines accessoires prévues par le Code pénal et les lois spéciales et, partant, aux confiscations spéciales et à la déchéance de certains droits politiques et civils, à moins qu'il ressorte des lois spéciales que ces mesures ne revêtent pas le caractère d'une peine?