De HRJ daarentegen, die het principe van het gezag van rechterlijk gewijsde ten aanzien van latere burgerlijke rechtsvorderingen wel wil behouden om redenen van stabiliteit en sociale rust (behalve ten aanzien van de partijen die voor de strafrechter niet in het geding waren), acht het wenselijk dat ook de regel vervat in het huidige artikel 4 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van strafvordering behouden blijft.
Le CSJ qui entend au contraire maintenir le principe de l'autorité de la chose jugée au pénal sur les actions civiles ultérieures en raison des impératifs de stabilité et de paix sociale (sauf à l'encontre des parties qui n'auraient pas été à la cause devant le juge pénal), estime souhaitable que l'on maintienne également la règle de l'actuel article 4 du Titre préliminaire du Code d'Instruction Criminelle.