Art. 5. § 1. EIk instellingsbestuur kan bij de accreditatieaanvraag c.q. de aanvraag voor een toets nieuwe opleiding een wrakingsverzoek indienen, als het meent dat een bestuurslid zich in een van de in artikel 4, § 1, genoemde gevallen van onverenigbaarheid bevindt. Het wrakingsverzoek kan naderhand worden ingediend, indien de reden tot wraking later is ontstaan of het instellingsbestuur pas later kennis heeft kunnen krijgen van deze reden.
Art. 5. § 1. Toute direction d'institution peut introduire une demande en récusation lors de la demande d'accréditation, casu quo de la demande d'une évaluation nouvelle formation, si elle estime qu'un administrateur se trouve dans un des cas d'incompatibilité visés à l'article 4, § 1.