Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com
Ad acta gelegde zaak
Beginsel van wederzijdse erkenning
Burgerrechtelijke zaak
Cassis-van-Dijon-zaak
Civielrechtelijke zaak
Een zaak beginnen
Een zaak oprichten
Een zaak opzetten
Geclasseerde zaak
Geseponeerde zaak
Inboedel
Opheffing van de zaak
Roerend eigendom
Roerend goed
Roerende goederen
Roerende zaak
Roerendgoedrecht
Sluiting van een fabriek
Sluiting van een onderneming
Theoretisch model van een zaak formuleren voor therapie
Toezicht houden op het beheer van een etablissement
Toezicht houden op het beheer van een zaak

Vertaling van "zaak c-255 " (Nederlands → Frans) :

TERMINOLOGIE
ad acta gelegde zaak | geclasseerde zaak | geseponeerde zaak

affaire classée


een zaak beginnen | een zaak oprichten | een zaak opzetten

commencer son activité | lancer une affaire | se mettre à son compte


veroordeling in civiele en strafrechtelijke zaak zonder gevangenzetting

Condamnation, sans emprisonnement, après procès civil ou pénal


burgerrechtelijke zaak | civielrechtelijke zaak

affaire de droit civil


roerend eigendom [ inboedel | roerende goederen | roerende zaak | roerend goed | roerendgoedrecht ]

propriété mobilière [ bien meuble | bien mobilier | droit mobilier ]


opheffing van de zaak [ sluiting van een fabriek | sluiting van een onderneming ]

cessation d'activité [ fermeture d'entreprise | fermeture d'usine ]


theoretisch model van een zaak formuleren voor therapie

formuler un modèle de conceptualisation de cas pour la thérapie


beginsel van wederzijdse erkenning [ Cassis-van-Dijon-zaak ]

principe de reconnaissance mutuelle [ affaire Cassis de Dijon ]


toezicht houden op het beheer van een etablissement | toezicht houden op het beheer van een zaak

superviser la gestion d’un établissement
IN-CONTEXT TRANSLATIONS
vernietiging van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 29 augustus 2013 in zaak R 255/2012-4;

annuler la décision de la quatrième chambre de recours de l’Office de l’harmonisation dans le marché intérieur (marques, dessins et modèles) du 29 août 2013 rendue dans l’affaire R 255/2012-4 et


Op grond van het arrest van het Gerecht van 9 juli 2014 in de gevoegde zaken T-329/12 en T-74/13, Mazen Al-Tabbaa/Raad (3) en het arrest van het Gerecht van 26 februari 2015 in zaak T-652/11, Bassam Sabbagh/Raad (3), worden Mazen Al-Tabbaa en Bassam Sabbagh niet opgenomen in de lijst in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB van de Raad van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen.

À la suite de l'arrêt rendu par le tribunal le 9 juillet 2014 dans les affaires jointes T-329/12 et T-74/13, Mazen Al-Tabbaa contre le Conseil (3), et de l'arrêt du tribunal rendu le 26 février 2015 dans l'affaire T-652/11, Bassam Sabbagh contre le Conseil (3), Mazen Al-Tabbaa et Bassam Sabbagh ne sont pas inscrits sur la liste des personnes physiques et morales, des entités ou organismes faisant l'objet de mesures restrictives qui figure à l'annexe I de la décision 2013/255/PESC du Conseil.


Ingevolge het arrest van 3 juli 2014 van het Gerecht in zaak T-203/12 (2), Mohamad Nedal Alchaar/Raad, moet Dr. Mohammad Nidal Al-Shaar worden geschrapt uit de in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB opgenomen lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen.

À la suite de l'arrêt du Tribunal du 3 juillet 2014 dans l'affaire T-203/12, Mohamad Nedal Alchaar contre Conseil (2), il convient de retirer le nom du Dr. Mohammad Nidal Al-Shaar de la liste des personnes et entités faisant l'objet de mesures restrictives, qui figure à l'annexe I de la décision 2013/255/PESC.


Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 16 juli 2014 in zaak T-572/11 het besluit van de Raad om Samir Hassan op te nemen op de lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen personen en entiteiten in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB, nietig verklaard.

Par son arrêt rendu le 16 juillet 2014 dans l'affaire T-572/11, la Cour de justice de l'Union européenne a annulé la décision du Conseil d'inclure Samir Hassan sur la liste des personnes et entités faisant l'objet de mesures restrictives qui figure à l'annexe I de la décision 2013/255/PESC.


For more results, go to https://pro.wordscope.com to translate your documents with Wordscope Pro!
Wanneer de burgerlijke partij in een strafproces een verzoek wil indienen tot onttrekking van de zaak aan de rechter, is het optreden van een advocaat bij het Hof van Cassatie dus nog steeds vereist (deze interpretatie wordt bevestigd door de jurisprudentie : Cass. 9 november 1988, Pas., 1989, blz. 255).

L'intervention d'un avocat à la Cour de cassation est donc toujours requise pour le dépôt d'une requête en dessaisissement par la partie civile d'un procès pénal (interprétation confirmée par la jurisprudence : Cass. 9 novembre 1988, Pas. 1989, p. 255).


Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G/A.206.925/X-15.255.

Cette affaire est inscrite au rôle sous le numéro G/A.206.925/X-15.255.


– gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 21 februari 2006 in zaak C-255/02, Halifax e.a. / Commissioners of Customs and Excise, waarin het Hof beslist dat de zesde BTW-richtlijn (Richtlijn 77/388/EEG) zich ertegen verzet dat een belastingplichtige de voorbelasting aftrekt indien de transacties waarop dit recht is gebaseerd een misbruik vormen,

– vu l'arrêt de la Cour de justice des Communautés européennes dans l'affaire C-255/02 du 21 février 2006 (Halifax e.a./Commissioners of Customs and Excise), dans lequel la Cour indique que la sixième directive TVA (directive 77/388/CEE) s'oppose à ce qu'un assujetti déduise la taxe sur la valeur ajoutée acquittée en amont lorsque les opérations fondant ce droit sont constitutives d'une pratique abusive,


– gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 21 februari 2006 in zaak C-255/02, Halifax e.a. / Commissioners of Customs and Excise, waarin het Hof beslist dat de zesde BTW-richtlijn (Richtlijn 77/388/EEG) zich ertegen verzet dat een belastingplichtige de voorbelasting aftrekt indien de transacties waarop dit recht is gebaseerd een misbruik vormen,

– vu l'arrêt de la Cour de justice des Communautés européennes dans l'affaire C-255/02 du 21 février 2006 (Halifax e.a./Commissioners of Customs and Excise), dans lequel la Cour indique que la sixième directive TVA (directive 77/388/CEE) s'oppose à ce qu'un assujetti déduise la taxe sur la valeur ajoutée acquittée en amont lorsque les opérations fondant ce droit sont constitutives d'une pratique abusive,


– gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 juni 2006 in zaak C-255/04, Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek ,

— vu l'arrêt rendu par la Cour de justice des Communautés européennes le 15 juin 2006 dans l'affaire C-255/04, Commission des Communautés européennes/ République française ,


– gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 15 juni 2006 in zaak C-255/04, Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek,

– vu l'arrêt rendu par la Cour de justice des Communautés européennes le 15 juin 2006 dans l'affaire C-255/04, Commission des Communautés européennes/ République française,




datacenter (28): www.wordscope.be (v4.0.br)

'zaak c-255' ->

Date index: 2024-01-13
w